dinsdag 7 september 2010

297. Je kunt de hei op

- een persoonlijk blog tussendoor -

'Als je nu dit weekend niet komt, dan kun je het voor dit jaar wel vergeten denk ik'.
Aan de telefoon is Debby, een schoolvriendin van me, die tegenwoordig in Harderwijk woont.
'Het wordt morgen prachtig weer en de hei staat in volle bloei. Het lijkt me leuk om samen wat gezelligs te doen en ook een wandeling over de hei te maken. Je wilde toch altijd nog eens op de hei lopen? Je moet echt komen hoor. Robert-Jan en ik willen ook al je verhalen uit Australië wel een keer horen.' Afgelopen week belde mijn vriendin en het leek haar leuk als ik eens langskwam. Het werd ook hoogtijd, daar had ze helemaal gelijk in. Inmiddels is hun dochtertje Iris al bijna twee (17 september a.s.) en het is alweer ruim een half jaar geleden dat Debby en ik elkaar gesproken hebben.
'Robert-Jan heeft een paar flessen heerlijke Merlot in huis gehaald en we moeten echt flink bijpraten.' Veel meer aanmoediging had ik eigenlijk niet nodig, dus maakten we de afspraak dat ik het weekend zou komen. Dus reed ik via de A9, A1 en A28, met in mijn tas een boerenbox (een doos vol regionale lekkernijen) naar het oosten van het land. Ik had natuurlijk ook een leuk kleurboekje voor Iris gekocht. Het was leuk om hen weer te zien en ik had de foto's van Australië en New Zealand meegenomen op de laptop Harderwijk, bekend van het Dolfinarium, is een leuk stadje en zaterdagmiddag gingen we al even shoppen. Zondag bleek het geweldig mooi weer.
We reden via Ermelo en het gehucht Speuld naar de heide toe bij Uddel en parkeerden de auto op een parkeerplaats vlakbij de heide. We waren niet de enigen die op het idee kwamen de hei op te gaan. Tal van wandelaars en dagjesmensen probeerden allemaal optimaal van het schitterende weer te genieten. Hier en daar zag je mensen op een picknickkleed zitten en vaders die met hun kinderen aan het 'dollen' waren. Ik was met Robert-Jan, Debby en Iris meegereden. De buggy ging ook mee. Iris kan natuurlijk wel lopen, maar een paar kilometer over de hei is net te veel van het goede. Op de wandelpaadjes kun je best zo'n buggy voortduwen, vond Robert-Jan, maar achteraf bleek dat zoiets nog een hele klus was. Midden op de hei hadden we alle tijd om eens wat langer met elkaar te praten. Robert-Jan ging met Iris en stukje lopen, nam zijn fototoestel mee en zei: 'Ik ben over een kwartiertje weer terug hoor.' Debby en ik gingen op een bankje zitten, heerlijk in het zonnetje, met uitzicht over de glooiende heide. 'Jullie zijn best wel snel getrouwd', zei ik. Debby was 23 toen Iris geboren werd. Ja, beaamde Debby, 'We waren stapel op elkaar en gingen eerst in Zutphen wonen. 'Dat weet je, je bent er diverse keren geweest. Ik was 22 toen ik in verwachting raakte. Eigenlijk gebeurde het heel snel en kwam het op een moment dat we er nog niet op gerekend hadden, maar Iris was zeer welkom'. Dat kon ik mij ook wel voorstellen, want Iris is een leuk en lief kind. 'Als er een tweede komt, zouden we dat ook best leuk vinden, een broertje of zusje voor Iris. Zo keuvelden we een hele tijd verder en gingen samen na hoe het er met al onze klasgenoten voorstond. De meesten was Debby ook alweer uit het oog verloren, net als ik, maar we konden zo een heel rijtje opnoemen die inmiddels allemaal getrouwd waren samen woonden en/of kinderen hadden. 'Hoe is het eigenlijk met jou? De juiste nog niet gevonden? Ach Deb, ik heb contacten genoeg, ik ga uit, soms dansen of een terrasje pakken samen met vrienden of vriendinnen en er zijn ook hele leuke mannen bij, maar de echte klick moet nog komen. Ik heb een leuke baan en ik spreek heel wat mensen. Via mijn werk ontmoet ik ook best wat leuke mannen, maar wie weet...
Toch dacht ik ook eerst de ware gevonden te hebben. Je weet hoe het gegaan is met Gerard {KLIK} en met mijn avontuur in Italië met Giovanni. {KLIK}
. Ze knikte. 'Ach, je hebt nog alle tijd. 'Maar ik gun jou ook zo'n leuke vent' zei Debby. 'Ja, dat wil ik zelf ook wel en ook in Australië heb ik een leuke jongen ontmoet, maar je kunt het niet altijd arrangeren he en ik ben geen type die mezelf op een dienblaadje ga aanbieden. 'Nou, ik kan me niet voorstellen dat ze jou niet zien zitten, zei Debby. 'Je bent spontaan, hartelijk, zorgzaam, intelligent en je hebt heel wat te bieden. Je verdient een sportieve vent met kwaliteiten. Dat klopt, meis, zei zei ik. 'Als ie ook van snowboarden, kamperen, lezen en pittige discussies houdt, bovendien wat gestudeerd heeft, lijkt het me ideaal. Ik heb zelfs wel aanzoeken gehad van mannen boven de 40, maar ik zoek echt iemand van mijn eigen leeftijd hoor. Een paar jaar verschil lijkt me prima, maar niet met een man van 47. Als we dan kinderen zouden krijgen, dan moeten ze bijna 'opa' roepen'. Zo praatten we nog een tijdje verder, over relaties, hoe je dat allemaal doet met seks. Ze hadden best een open en onstuimige relatie, als ik het zo aanhoorde. Uiteindelijk vertelde ik Debby ook nog wat intieme dingen over mijzelf. Opeens waren we even een tijdje stil, zaten heerlijk in het zonnetje. Nadat mijn gedachten alle kanten opgingen, kreeg ik het opeens te kwaad en barstte in huilen uit. 'Weet je Deb, ik ben nu al 26 en en...' 'Ach, meis, ik begrijp je heel goed, maar de juiste zal heus wel komen, wees niet angstig of wanhopig. Bovendien, er zijn zat vrouwen die op hun 30e pas aan een relatie beginnen. "Maar die hebben daar misschien bewust voor gekozen' opperde ik 'en er zijn ook zat meiden die wel graag een man willen, maar te kritisch zijn...' 'Welnee', zei Debby, een beetje kritisch zijn mag best, maar kijk nu naar Els, mijn nichtje, die is al 36 en heeft ook geen man. Toch is ze gelukkig. Ja dat kan wel zijn, zei ik, maar ik wil niet alleen door het leven. Je mist gewoon een maatje die... ...als ik thuiskom dan is er niemand die, die...die....' en weer schokten mijn schouders op en neer en rolden de tranen over mijn wangen.
Debby begreep me heel goed, zei niets meer en legde haar arm om me heen. 'Het komt goed' zei ze zachtjes. 'Veeg je tranen af, want ik zie Robert-Jan alweer deze kant opkomen met Iris. Weet je wat, laten we lekker pannenkoeken gaan eten en vanavond doen we gezellig een spelletje Kolonisten van Catan en praten we verder. Wie weet heeft Robert-Jan ook wel goede adviezen voor je, hij kan goed met die dingen en ook met geheimen omgaan. Toen Robert-Jan bij de auto kwam, zag ik Deb wat tegen hem fluisteren en hij knikte. We wandelden met z'n vieren weer terug naar de auto. Het was inmiddels kwart voor vijf geworden. 'Op naar het pannenkoekenhuis', riep Debby. 'Lust jij een lekkere pannenkoek, Iris, vroeg Debby en zette haar in het autostoeltje. Wat een lief tafereeltje. Ik ben blij dat ze gelukkig zijn met z'n drietjes en straks misschien met z'n vieren. Ik weet inmiddels dat ik altijd meer dan welkom ben...'We zijn heerlijk de hei op geweest, vulde ik aan. 'Weet je', zei Robert-Jan. 'Je kunt de hei op.' We schaterden toen hij weer verder ging met z'n grappen. 'We zijn de heideroosjes vergeten....'


Toevoeging:
De Merlot die Robert-Jan in huis had gehaald, was gewoon van Albert Heyn, maar erg lekker bij een kaasplankje!

© Matti, 7 september 2010
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.
Meer blogs lezen? Kijk hier voor het Overzicht van mijn blogs

dinsdag 31 augustus 2010

296. Blue Mountains, hiken en dansen

Vervolg op de blogs:
291. A lazy day
290. Niet down, maar 'downunder'


'Give me a big smile'. Het fototoestel klikt en Cathy staat glimlachend achterover geleund tegen de reling. Net als ik. Er moeten diverse kiekjes worden genomen en Philipp roept: 'You too, together'. Weer gaat de sluiter open en dicht en we zijn vereeuwigd. Ook Carla, mijn vriendin moet ik eraan geloven. 'We moeten alles vastleggen hoor', roept ze enthousiast, alsof ze nog niet genoeg foto's heeft en ze een forensisch fotograaf is van het programma CSI Investigations. Als ze twintig jaar terug hier was geweest, had ze wellicht zuinigjes één of twee plaatjes geschoten, want anders raakt een rolletje van 30 foto's al snel vol. Maar nee hoor, hupsakee, dankzij de digitale fotografie kun je klikken tot je een ons weegt.

Nu moet ik eerst even melden, dat dit pas het derde reisverhaal is, dus ik heb nog heel wat te gaan. Mijn notitieboekje en geheugen laat mij niet in de steek, dus ik kan los.
We staan namelijk bij Echopoint, vlakbij Katoomba in de Blue Mountains. Dit is een must voor de Australiëganger. Busladingen Japanners, Aussies, Duitsers en noem maar op worden hier gedropt om even naar de "Three Sisters' te komen kijken. De 'blauwe bergen' worden zo genoemd door de blauwe waas die
er hangt en die is afkomstig van de verdamping van oliedeeltjes van de vele eucalyptusbomen.
De Three Sisters is letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt. Er bestaan allerlei verhalen over hoe die drie zussen aan hun naam gekomen zijn. Kijk maar eens op Google. Dat is hoogstwaarschijnlijk om de toeristen bezig te houden. In het Blue mountainspark bevinden zich enorm veel eucalyptusbomen. Hoewel dat het lievelingseten van de koala is, is de kans klein dat je ze ziet. Wij zijn tenminste geen koala's tegengekomen, die zagen we wel in de dierentuin. Wel zijn er die andere, zo typisch Australische knuffeldieren: de kangaroes. Die huppelen vrolijk rond. Ze zijn er in grote getale en soms kun je heel dichtbij komen.

Het begon echter die morgen al in ons hostel. Carla gaf me een por terwijl ik nog heerlijk in dromenland was. 'We moeten eruit' riep ze, als een commandant van het Oost Indische leger. 'We gaan om acht uur rijden'. Met 'we' bedoelde ze de twee jongens die we gisterenavond ontmoet hadden in het hostel, Cathy en ons beiden. In de meeste hostels ontmoet je 'guys' uit alle delen van de wereld. Iedereen schijnt te 'backpacken'. Na de gebruikelijke uitwisseling: 'Where do you come from, 'How long do you stay in Australia' en 'have you already found a job?. Waren we flink in gesprek gekomen. Daarbij had de fles wijn van Carla wonderen gedaan en met mijn innemende glimlach erbij hadden Philipp en Juan 'welwillend' aangeboden dat we met ze mee konden rijden. Philipp was van Victoria Australië en Juan kwam uit Colombia. Ze hadden een auto ter beschikking, dus wat is mooier om mee te mogen rijden naar de Blue Mountains. Bovendien zagen ze er niet onaantrekkelijk uit en het programma voor de volgende dag was al gauw vastgesteld: naar Katoomba, dan samen hiken in het park naar de Wentworth Falls {KLIK} en aan het eind van de middag weer terug, samen ergens wat eten en dan even 'çhillen', naar de dancing dus.
's morgens was het al een drukte van belang in het hostel en samen met nog een meisje, Cathy, zaten we op de achterbank. Als je via de buitenwijken van Sydney richting de 'blauwe bergen' rijdt, zie je de omgeving steeds groener en heuvelachtiger worden. We reden langs het Olympische park, waar de eeuwige vlam brandt. Van energiebesparing hebben ze in dat deel van Aussieland kennelijk nooit gehoord. Het monument voor de winnaars van de '2000 Games bevindt zich daar ook. Inge de Bruin en Pieter van den Hoogenband staan tussen de winnaars. Toch wel leuk om wat Nederlandse coryfeeën te zien. Over de hike door het Blue Mountainspark is niet zo heel veel bijzonders te melden, behalve dat het tweeën een half uur duurde in plaats van de aangegeven drie kwartier en het ook nog eens smoorheet was, waarbij we dus onze flesjes water wel nodig hadden.
Nadat we weer richting Sydney waren gegaan, bleek dat de jongens al een restaurantje op het oog hadden. We betaalden gewoon eerlijk alles zelf en een kop cappuccino erachteraan ging er best in.
Na een tijdje praten en nog een stukje lopen naar de stad, naar Circular Quai, kwamen we tegen tienen bij de dancing. Er werd best lekkere muziek gedraaid. We kregen al snel van rechts en links wat vocht aangeboden. Met de nodige drankjes op, gingen we helemaal los. Voordat we er erg in hadden, was het al ver na middernacht. Philipp en Juan zagen we nergens meer, die hadden kennelijk andere liefjes gevonden. Lopend - en een beetje wankel in de late uurtjes - weer terug naar ons hostel.
Het was me het dagje wel.


@ Matti, 31 augustus 2010
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.

dinsdag 20 juli 2010

294. Count down

Het aftellen is begonnen. Een blik op de kalender laat mij bijna schrikken en op mijn reis-info-community
( waarbenjijnu ) staat nu de mededeling:
Mijn reisstatus:
Ik ben terug over 14 dagen

Nog 14 dagen! Helaas, het is niet anders. Ik geniet nog steeds van de enorme gastvrijheid bij Ben en Katie en verbaas mij iedere dag weer over dit mooie land. Ben en Katie zijn vrienden van mij en ze wonen in Kaikoura. Bij hen heb ik voor een poosje gastvrij onderdak gevonden. Voor degenen die het niet weten: ik zit aan de andere kant van de aardbol, in New Zealand namelijk. Jammer voor de kritiek van enkele hyvers, die mij niet willen geloven: het is echt waar!
Ook ben ik afgelopen week een paar dagen naar de westkust (het stadje Westport) gereisd om andere vrienden op te zoeken en natuurlijk mijn oom en tante + lieftallige nicht, waar ik drie dagen geweest ben. Ze waren enorm lief voor me en ze hebben me overladen met heerlijk eten, lekkere dingen (zoals brownies en pies) bij de koffie. Ik vrees dat ik de weegschaal een paar weken niet moet aanraken als ik terug ben, wan ongetwijfeld zullen er wel kilootjes bij zijn gekomen. De andere kant is weer dat ik hier in New Zealand flink heb bewogen (o.a. snowboarden) en in Australië veel gelopen heb, dus dat slankt weer af. Via de Lewis Pass (een echte aanrader als je NZ doet) zijn we vanaf de Westkust over Reefton weer teruggereden. Dus ik ontkwam er niet aan om even bij Hanmer Springs langs te gaan, waar ik voor NZ$ 14 een paar uur heerlijk heb liggen dobberen in de hotpools. (Google maar eens: Hanmer Springs, hotpools)
In diverse baden kun je met watertemperaturen van 29 graden, 35, 36, 38 en zelfs 41 graden je helemaal laten opwarmen. Dat is dus heel wat anders dan de 'subtropische' zwembaden in Nederland, waar je maximaal misschien 22 graden bereikt... De 41 graden vond eik een beetje te veel van het goede, maar in het bad met de 36 graden Celcius heb ik het heerlijk uitgehouden. In dit natuurlijke bronwater kun je nog een beetje de zwavel ruiken, als je net met je hoofd boven water zit. Maar die weldadige warmte aan je lijf doet enorm goed. Dat was eigenlijk het signaal om hier maar te blijven, maar helaas, de plicht roept en mijn baas wil mij natuurlijk wel graag weer terugzien. Familie, diverse vrienden en vriendinnen willen uiteraard ook wel alle verhalen horen en ik moet nog kilometers tekst schrijven. (nou ja 'moeten' is niet helemaal correct gedefinieerd. Het is meer iets dat ik mijzelf opleg). Maar ik heb wel weer zin om weer 'echt' te gaan bloggen, want de vorige twee waren een 'tussendoortje' als het ware. Een aantal verhalen van de reizen en belevenissen in Australië hebben de lezers nog van mij tegoed. ;-)

Matti, July 20th, 2010
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.
Meer blogs lezen? Kijk hier voor het Overzicht van mijn blogs

zaterdag 17 juli 2010

293. The beach

The sea is calm tonight.
The tide is full, the moon lies fair
Upon the straits; on the French coast the light
Gleams and is gone; the cliffs of England stand;
Glimmering and vast, out in the tranquil bay.
Come to the window, sweet is the night-air!
Only, from the long line of spray
Where the sea meets the moon-blanched land,
Listen! you hear the grating roar
Of pebbles which the waves draw back, and fling,
At their return, up the high strand,
Begin, and cease, and then again begin,
With tremulous cadence slow, and bring
The eternal note of sadness in.


----------------------------------------
Source: Part of original poem.
Matthew Arnold /Dover beach
Analysis
Famous New Zealand Poems

Matti, July 17th, 2010
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.
Meer blogs lezen? Kijk hier voor het Overzicht van mijn blogs

woensdag 16 juni 2010

292. My country


 

The love of field and coppice,
Of green and shaded lanes.
Of ordered woods and gardens
Is running in your veins,
Strong love of grey-blue distance
Brown streams and soft dim skies
I know but cannot share it,
My love is otherwise.


I love a sunburnt country,
A land of sweeping plains,
Of ragged mountain ranges,
Of droughts and flooding rains.
I love her far horizons,
I love her jewel-sea,
Her beauty and her terror -
The wide brown land for me!

A stark white ring-barked forest
All tragic to the moon,
The sapphire-misted mountains,
The hot gold hush of noon.
Green tangle of the brushes,
Where lithe lianas coil,
And orchids deck the tree-tops
And ferns the warm dark soil.



Core of my heart, my country!
Her pitiless blue sky,
When sick at heart, around us,
We see the cattle die-
But then the grey clouds gather,
And we can bless again
The drumming of an army,
The steady, soaking rain.

Core of my heart, my country!
Land of the Rainbow Gold,
For flood and fire and famine,
She pays us back threefold-
Over the thirsty paddocks,
Watch, after many days,
The filmy veil of greenness
That thickens as we gaze. 




An opal-hearted country,
A wilful, lavish land-
All you who have not loved her,
You will not understand-
Though earth holds many splendours,
Wherever I may die,
I know to what brown country
My homing thoughts will fly.

AUSTRALIA

----------------------------------------------------------------------------------------
(First two verses)

"My Country" is an iconic patriotic poem about Australia, written by Isobel Marion Dorothea Mackellar (1885-1968) at the age of 19 while homesick in England. After travelling through Europe extensively with her father during her teenage years she started writing the poem in London in 1904 and re-wrote it several times before her return to Sydney. The poem was first published in the London Spectator in 1908 under the title "Core of My Heart". It was reprinted in many Australian newspapers, quickly becoming well known and establishing Mackellar as a poet. Sadly this poem is sneered at by many and has been deliberately altered by others, but this poem says it all. What it means to be Australian. Perhaps the last verse is the most significant.


© original poem: Dorothea Mackellar /
Matti, 16 juni 2010
Notice: it's not 'my' country, but it's beautiful indeed!
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.